Gepost op 09-04-2018 in ,

Met een bescheiden delegatie uit Winksele-Delle trokken we op 16 maart 2018 richting Edegem. Het was een sombere dag, waar een paraplu en een kap tegen de regen een absolute noodzaak waren. Maar we herdachten ook een sombere dag, namelijk het was juist 100 jaar geleden dat Pastoor Felix Moons, de stichter van de Heilig-Hartparochie van Delle, door de Duitse bezetter werd omgebracht.

Het werd een sobere, maar voor mij toch indrukwekkende plechtigheid. De gietende regen maakte het geheel nog pakkender. Na de nodige speechen van burgemeester en organisatiecomité, brachten 6 jongeren, die duidelijk afstamden van mensen uit andere landen met een perfect Antwerps accent, het verhaal van Pastoor Moons en de 5 medegevangenen. Hierbij een korte samenvatting van het leven van onze Dellenaar.

“Felix Moons wordt geboren in Diest op 10 april 1869. Hij loopt school in het college van de Kruisheren. Op 6 april 1896 wordt hij in Mechelen tot priester gewijd en op 18 april wordt hij onderpastoor in Wezembeek. Daar krijgt hij van het stadsbestuur een ereteken van moed en zelfopoffering voor zijn toewijding aan de slachtoffers van typhuskoorts. Op 15 juli 1910 krijt hij van de Kardinaal de opdracht om een nieuwe parochie van het Heilig Hart te stichten in Winksele-Delle. Bij het uitbreken van de oorlog is de kerk al tot aan de vensters opgetrokken.

In 1914 werd hij al snel imformant van het Belgische leger en de geallieerden. Hij noteerde nauwkeurig alles wat hij te weten kon komen over het aanvoeren van versterkingen en oorlogsmateriaal en plannen van de Duitse troepen. Dat kreeg hij voor mekaar door zich te vermommen en door zich met valse identiteitskaarten op Duitse bureaus aan te melden. Hij was een meester in vermommen: de ene dag was hij kantoorbediende, de volgende dag veekoopman. Hij had een hele verzameling pruiken en snorren.

Hij hielp honderden jongeren naar Nederland, zodat ze via een omweg onze troepen konden gaan versterken in de buurt van de Ijzer en En hij richtte ook verscheidene spionagegroepen op. Midden 1915 moet hij op de vlucht voor de Duitsers. Hij wordt verraden door een oud-gendarm van het Belgisch leger, die als detective voor het Duits leger werkt. Moons duikt onder in Brussel bij een zekere mevrouw Witvrouw die zelf ook als spionne actief was. Daar zette hij zijn spionagewerk verder en was hij o.a. gekend als “nonkel Jef”.

Pastoor Moons kon nog bijna twee jaar onvindbaar blijven voor de Duitse inlichtingendienst. Ondertussen leverde hij nuttig en gedurfd werk. De Duitsers die hem reeds lang zochten, konden hem op 4 augustus 1917 in Brussel aanhouden en brachten hem naar de gevangenis van de Begijnenstraat in Antwerpen. Op dat moment is hij opziener van de Veiligheidsdienst ‘Rayon de Soleil’ (Zonnestraal) en draagt hij de codenaam ‘Marc’ Volgens notulen van de Duitse Krijgsraad was pastoor Moons op dat ogenblik een van de gevaarlijkste spionnen die werden gezocht. Hij had het Duitse leger veel nadeel berokkend en voor de Duitsers was zijn aanhouding een opluchting. In de gevangenis werd pastoor Moons vijf maanden lang ondervraagd en mishandeld, maar hij bekende niets en bleef zwijgen. Zonder bekentenissen werd hij door het Duits krijgsraad samen met 24 andere lotgenoten ter dood veroordeeld.

Drie dagen voor zijn dood had hij aan zijn zuster deze laatste brief geschreven.

“Gevangenis van Antwerpen, 13 Meert 1918.

Beminde Zuster,

De wil Gods is dus volkomen geschied in overeenstemming met mijn vurigste verlangens; mijn leven te mogen opofferen tot meerdere eer en glorie van den Hemelsche Vader, uit liefde tot Jesus voor ons uit liefde gestorven, tot eer van het Priesterschap en voor de vrijheid van mijn dierbaar Vaderland.

Lieve Zuster, offer de overige dagen van uw leven zoals ik mijn leven en mijne dood op dit ogenblik opoffer, tot de meerdere eer en glorie van God, uit liefde van Jesus, voor ons uit liefde gestorven.

Vaarwel, beminde Zuster, tot weerziens in het Hemelrijk, ons ware Vaderland, waar eeuwige vrede heerst”.

Op 16 maart 1918 werd hij samen met zijn vijf helpers, de heren Van Bergen, Naulaerts, Jespers, Leroy en Wattiez in fort 5 van Edegem gefusilleerd. Geen van hen aanvaardden een blinddoek.

Zijn laatste woorden waren een getuigenis van zijn diep christelijk geloof en fierheid, die van hem afstraalden: “Wat ’n genade de goede GOD mij schenkt, het stervensuur vooruit te kennen. Het is niet sterven dat ik doe, het is slechts overgaan van ’t Aardse in ’t Hemelse leven”.

Uit respect voor zijn priesterkleed, richtten de soldaten het geweer op zijn aangezicht….”

Na de 6 levensverhalen, werd de hulde afgesloten met  bloemen en kaarsen.  De jongeren van de technische school onthulden ook één van de informatieborden, die overal in Edegem zullen geplaatst worden opdat we deze gruwel nooit zullen vergeten en er hopelijk ook uit mogen leren.

Tot slot kregen we de gelegenheid om onder begeleiding van een Edegemse gids het Fort V te bezoeken. Via verschillende stopplaatsen en informatieborden kwamen we nog meer te weten over de omstandigheden die Pastoor Moons moest ondergaan. We gingen als het ware zijn kruistocht. En dit zo kort voor Pasen !

In Edegem, aan de ingang van For t V is er nu een Pastoor Moonslaan Ook in Diest, zijn geboortestad, is er een straat die zijn naam draagt. Misschien ook iets voor Delle ?

 

Share