Gepost op 14-06-2017 in ,

In april IMAG2143gingen de restauratiewerken aan de Maria Hemelvaartkerk van Winksele definitief van start. De grote kraan en de steigers heeft u beslist gezien. Tijd voor wat toelichting. We staan stil bij de rijke geschiedenis van het kerkgebouw van Winksele en overlopen de gepland werken. Zo is iedereen op de hoogte. Want de zorg voor dit prachtig erfgoedgeheel ligt de hele gemeenschap nauw aan het hart.

Wie de kerk van Winksele al eens goed heeft bekeken, de bezoekersfolder heeft doorgenomen of één van de rondleiding tijdens de open-kerkendag kon meepikken, bijvoorbeeld onlangs op zondag 21 mei, weet dat het een bijzonder gebouw is. Het is nochtans geen homogeen monument, maar een schilderachtig ensemble van volumes uit verschillende periodes. Wanneer je door kerk van Winksele wandelt, maak je een boeiende reis door de architectuurgeschiedenis. Gaat u even mee?

De stoere zandstenen toren is het belangrijkste relict van het eerste romaanse gebedshuis dat in de eerste helft van de twaalfde eeuw wordt opgetrokken. Uit 1133 dateren inderdaad de eerste schriftelijke vermeldingen van het dorp Winksele. Een eeuw later wordt dat eerste kerkje ingrijpend verbouwd. Want het miraculeuze Mariabeeld van Winksele lokt veel bedevaarders. Geesteszieken (‘dullen’) smeken er bij Onze-Lieve-Vrouw genezing af. Dat vraagt om een mooie toegangspoort. Rond 1240 wordt de toren versterkt en verfraaid met rondboogvensters, een kruisribgewelf en een wenteltrap. Bezoekers komen nu in de kerk via een indrukwekkend voorportaal, met prachtige knoppenkapitelen en kraagstenen. De dierlijke en menselijke figuurtjes die erin zijn verwerkt, spreken ook nu nog tot de verbeelding. Iets later in de 13de eeuw wordt ook een bijzonder mooi vroeg-gotisch koor opgetrokken, met rijzige vensters en slanke, door knoppenkapitelen bekroonde colonnetten. Het doet wat denken aan het koor van de Leuvense predikherenkerk, een (ander?) prestigeproject van de Brabantse hertog uit diezelfde periode.

Maar na de verfraaiing van de toren en de constructie van het koor valt de bouwcampagne stil. Het driebeukige schip van het romaanse kerkje staat dus wat verweesd tussen de toren en het veel grotere koor. Wel wordt naast de kerk nog een opvanghuis voor pelgrims gebouwd, een zogenaamd ‘dullenhuis’. In de volgende eeuwen blijven het dorp en haar kerkgebouw niet gespaard van oorlogsgeweld. Tijdens het beleg van Leuven in 1635 bijvoorbeeld zit Winksele vol Franse troepen. De kerk krijgt het zwaar te verduren. In de jaren 1640 wordt het gebouw hersteld. Met de stenen van het afgebroken Dullenhuis bouwt men de kerkhofmuur (1648) en een Sint-Rochuskapel. Er worden plannen getekend voor een grondige verbouwing van het kerkschip. Aan de noordzijde komt er een ruime dwarsbeuk, met een groot venster en een stergewelf. De zuidelijke zijbeuk wordt afgebroken maar niet heropgebouwd. Aan die zijde komt er ook geen dwarsbeuk. Wel worden de muren verhoogd, de daken vernieuwd en grotere vensters aangebracht. De kerk zoals we ze nu kennen, krijgt vorm. Wel nog even aanstippen dat de voormelde Sint-Rochuskapel in 1760 word afgebroken en dat onze fraaie sacristie dateert uit 1786. In de 18de eeuw brengen enkele pastoors ook het interieur van de kerk bij de tijd, met bijvoorbeeld een mooie communiebank en preekstoel (1780) en een orgel uit het Brussels atelier van Joannes Smets (1789). De glasramen in het koor en het huidige hoogaltaar dateren dan weer uit de late 19de eeuw.

De bijzondere bouwgeschiedenis van de kerk, met al die verschillende volumes uit zeer diverse eeuwen, maakt van de instandhouding van het monument een grote uitdaging. De laatste grondige restauratiecampagne van onze sinds 1938 beschermde kerk dateert al van 1966-1967. In de late jaren 1980 wordt wel nog het orgel onder handen genomen. In 2006 kan ook de verwarmingsinstallatie worden vernieuwd en kort daarna vinden nog beveiligingswerken plaats in de toren en op de zolders. De plannen voor een nieuwe, grondige opknapbeurt liggen al lang op tafel. Die is dus nu in gang gezet, dit onder leiding van architecten Jos Roosemont en Katrin Berckmans en met als bouwheer het gemeentebestuur van Herent. Er zijn alvast twee restauratiefases aan de buitenzijde gepland. De net gestarte eerste fase wordt geraamd op 420 kalenderdagen. Ze omvat de restauratie van de toren, de buitenrestauratie van het schip met de noordelijk zijbeuk en de sacristie, en de restauratie van de niet gebrandschilderde glas-in-loodramen. Gedurende de werkzaamheden zal de aannemer er voor zorgen dat de kerkdiensten (begrafenissen inbegrepen) ongestoord kunnen plaatsvinden. In een tweede fase, waarvan de financiering nog niet volledig rond is, zullen ook de kerkhofmuur, de buitenzijde van het koor en zijn glasramen worden aangepakt. Wanneer en hoe ook het interieur van de kerk zal worden gerestaureerd, is nog niet duidelijk.

Wat staat er nu in het komende anderhalf jaar concreet op het programma? Eigenlijk wordt het gebouw aan de buitenzijde helemaal onder handen genomen. Het portaal en de muren, inclusief de daartegen aangebrachte grafstenen worden gereinigd met verzadigde stoom. Loszittende of verdwenen elementen worden opnieuw gemonteerd of vervangen. De dakbedekking van de toren en het schip, de goten en standpijpen worden vernieuwd, alle muurankers en metalen verbindingen behandeld. Het kruis bovenop de torenspits, een werkstuk van dorpssmid Jozef Schoeters uit 1954, is ondertussen al naar beneden gehaald. In de bol vonden we een perkament dat naar de maker verwijst. Na restauratie wordt het kruis opnieuw gemonteerd, nu opnieuw met een koperen kerkhaan! Er komt ook een nieuwe bliksemafleidinginstallatie.

Natuurlijk worden ook het portaal en de poort gereinigd en behandeld, net als alle houtwerk aan de buitenzijde en in de toren. Daar bevindt zich nog een oude, zogenaamde molenaarstrap tussen het niveau van de uurwerkkamer en dat van de klokken. Die wordt behandeld en als historische getuige bewaard. Maar er komt wel een nieuwe en veiliger trap. De glas-in-loodramen, met uitzondering van die in het koor, worden gedemonteerd, gerestaureerd door een gespecialiseerd atelier en vervolgens terug geplaatst.

 

Ondertussen wordt de toren gereinigd en plaatst men nieuwe schermen om die ellendige vogels buiten te houden. De barsten in de muren worden aangepakt. De twee klokken krijgen een nieuwe klepel. Het torenuurwerk wordt ook vernieuwd. In de uurwerkkamer van de toren zijn nog twee oude mechanische uurwerken bewaard. Het jongste, gegoten uurwerk wordt ongewijzigd behouden. Maar het oudste, gesmede mechanisme is een historisch pareltje. Het wordt gerestaureerd, opnieuw in werking gesteld en bijkomend geautomatiseerd, zodat het opnieuw het uurwerk en de klokken zal aansturen.

Een hele boterham dus. Maar de opsomming is nog verre van volledig. Heb je nog vragen, contacteer dan gerust iemand van de kerkfabriek of de parochieploeg. We houden jullie vanzelfsprekend op de hoogte.

Share